toespraak Thewis Wits

oud wethouder voor de CPN in de stad Groningen, gehouden voorafgaand aan de uitreiking van het eerste exemplaar van de tweedelige publicatie Het communistische verzet in Groningen – 1940-1945 op woensdag 5 maart 2014 in de Der Aa-kerk in Groningen. Om redenen van leesbaarheid zijn paragraaftitels aangebracht.

Dames en heren.

Ruud Weijdeveld, historicus en schrijver van dit boek, drijvende kracht achter de totstandkoming ervan, schrijft in zijn voorwoord:

“Aan deze verzetsstrijders, die zoveel hebben geofferd voor hún ideaal van een betere samenleving en die daarna zo lang hebben moeten wachten op erkenning van hún bijdrage aan de bevrijding van ons land, draag ik dit boek op”.

Het moet gezegd: dit boek is een monument geworden. Een eerbetoon aan mensen en hun families die langjarig betrokken zijn geweest bij illegale strijd en de bevrijding van Nederland.

De totstandkoming van het boek was geen gemakkelijke taak. Er bestaan geen documenten over de illegale CPN in oorlogstijd. Ook de archieven van het beruchte Scholtenshuis, voor velen het tussenstation naar de kampen, zijn aan het eind van de oorlog door de SD vernietigd.

Op basis van 25 jaar oude interviews met, en getuigenissen van, oud verzetsstrijders heeft een reconstructie plaats gevonden van de levensloop van een honderdtal verzetsstrijders uit de provincie Groningen. Leden en sympathisanten van de CPN. Die reconstructie kon alleen plaats vinden met aanvullend archiefonderzoek in onder andere politiedossiers, bij het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, in het Centraal Archief voor Bijzondere Rechtspleging, en bij het Oorlogs- en Verzetscentrum in Groningen. Voor dat aanvullende onderzoek was doorzettingsvermogen nodig.

Voor een goed begrip van het communistisch verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog en de illegaliteit in Groningen, is een drieluik ontstaan. Te beginnen met de jaren dertig na de machtsovername door Hitler; met als zwaartepunt de oorlogsjaren en haar verschrikkingen; en na de oorlog de consequenties van de koude oorlog. De nadruk ligt op de persoonlijke informatie over het lot, de lotgevallen en ervaringen van verzetsstrijders, mannen en vrouwen. Het biedt een fascinerende kijk in momenten van de geschiedenis door de ogen van mensen. Daar doorheen slingert de grote lijn van de historie zoals wij die nu kennen, en die het lot van individuen mede heeft bepaald.

Bij lezing van dit boek overheerste bij mij aanvankelijk de kijk in de geschiedenis. Maar gaandeweg dringt het door hoe veel aspecten en omstandigheden in feite niets aan actualiteit hebben ingeboet.

I. de dertiger jaren

In de Dertiger Jaren had de Nederlandse regering haar hoop gevestigd op neutraliteit van de staat der Nederlanden, ondanks een toenemende oorlogsdreiging. Zij wenste op geen enkele wijze de Hitlerregering te bruuskeren. Daarom werd de vervolging en uitlevering van vluchtelingen gelast. In die tijd ontstond een illegaal netwerk voor de opvang van vluchtelingen. De opofferingen daarvoor waren groot. Bedacht moet worden dat armoede en honger in die jaren in stad en provincie voor velen eerder regel dan uitzondering was. Zo kon het gebeuren dat illegale vluchtelingen, om nog een beetje aan de kost te komen, ieder dag in een ander gezin meeaten. Deze illegale activiteiten waren vooral ingegeven door solidariteit en medemenselijkheid. Ze werden in de allereerste plaats gevoed door antifascisme. Maar ze werden ook gestimuleerd door de geest van het bolsjewisme in die tijd, met hoop op ontsnapping uit onderdrukking, armoede en honger.

Bij aanvang van de bezetting stond de CPN politiek relatief geïsoleerd door haar principiële kritiek op de politiek van Chamberlain. Engeland en Frankrijk dachten de expansiepolitiek van Hitler te kunnen beteugelen door de inlijving van bijvoorbeeld Oostenrijk en Tjecho-Slowakije te accepteren. En schending van de soevereiniteit van staten. Voor Hitler gold onder andere het voorwendsel van de bescherming van Duitstaligen die door de Eerste Wereldoorlog waren losgesneden van het Duitse Rijk. Een samenwerking tussen het westen en de Sovjet Unie kwam toen niet tot stand door sterk anticommunistische sentimenten. De isolatie werd groter toen Stalin en Hitler een niet aanvalsverdrag sloten, en Polen tussen die twee grootmachten werd opgeofferd. Het pact en die inval werd door de CPN vergoelijkt als strategische zet tegen het fascisme. De solidariteit met de Sovjet Unie voerde de boventoon bij de beoordeling. Niet alle communistische activisten voelden zich thuis bij deze beoordeling.

II. de bezetting

Na 1940 werd het illegale netwerk uit de Dertiger jaren ingezet tegen de bezetter. Ondanks de oproep van de Groninger Commissaris van de Koningin, Johannes Linthorst Homan, om samen te werken met de bezetter. Om de bezettende macht niet te bruuskeren, passend in het beeld van de vooroorlogse neutraliteitspolitiek. Aan Burgemeesters werd voorgehouden om bij een vijandige houding desgewenst de hulp van de Duitsers in te roepen.

Voordat een centrale aanpak van illegale activiteiten door de CPN gestalte kreeg, verscheen in Groningen een eerste illegale krant in Peize onder de naam “Alarm” op initiatief van lokale communisten. Een krant die later is opgegaan in het Noorderlicht.

De Illegale activiteiten bestonden uit steun aan gezinnen zonder kostwinner, aan hulp aan illegale vluchtelingen en onderduikers, aan de productie en verspreiding van het Noorderlicht én van manifesten. Manifesten die opriepen om zich níet neer te leggen bij de macht van de bezetter, en om gedwongen tewerkstelling te ontduiken. Activiteiten die cruciaal waren voor een morele stellingname van mensen. Deze activiteiten vormen door getuigenissen en onderzoek het tweede luik en zwaartepunt van dit boek.

In de begintijd van de oorlog is dit illegale netwerk een zware slag toegebracht door de arrestatie van een groot aantal communisten die actief deelnamen aan illegale activiteiten. Na de Februaristaking in het westen van het land, en na de militaire confrontatie tussen Hitler en Stalin. Velen van deze communisten hebben de oorlog niet overleefd. Eerst na de rechtstreekse oorlog tussen Hitler-Duitsland en de Sovjet-Unie ontstond er meer ruimte voor een bredere basis voor verzet. Voor samenwerking met andersdenkenden.

Uit de vastgelegde overleveringen van inzet en activiteiten, van moed en opofferingsgezindheid, rijst een belangrijk beeld. Verzetsactiviteiten werden vooral ingegeven door medemenselijkheid en een gemeenschappelijke afschuw voor het fascisme. Verzetsactiviteiten plaats konden vinden door onderlinge solidariteit, onderlinge loyaliteit én een betrouwbare organisatie. Tot in de kampen aan toe. Mensen voor wie een ruggengraat belangrijker was dan een partijlijn, om woorden van oud-burgemeester Buiter, die mij zijn bijgebleven, te gebruiken.

In het boek wordt bijvoorbeeld beschreven hoe Geert Sterringa, schoolmeester en CPN-raadslid uit Groningen, door andersdenkende mede-kamp-bewoners werd bewonderd door zijn houding en steun aan anderen. Hij heeft Buchenwald niet overleefd.

In de tweede helft van de oorlog, toen Hitler bij Stalingrad werd teruggedrongen en de geallieerden oprukten vanuit het zuiden, kreeg het verzet een nieuw elan. Door uitbouw van het netwerk dat zorgde voor ondersteuning van gezinnen waarvan de kostwinner was overleden, door verspreiding van de illegale Waarheid, werd de illegale CPN nieuw leven ingeblazen. Individuele communisten, ontsnapt aan vervolging, namen het voortouw. Maar ook toen vielen er slachtoffers.

In het boek wordt bijvoorbeeld beschreven hoe Johan Swint, lid van de illegale leiding van de CPN, voorzitter van een speeltuinvereniging in de Oosterpark, mensen betrok bij solidariteit en ondersteuning met geld en voedsel. Voor veel gezinnen waarvan de man was omgekomen in het kamp. Hij werd door represaillemaatregelen koelbloedig vermoord.

III. de bevrijding

Het boek volgt het spoor van mannen en vrouwen die, gering in getal, na de oorlog de kampen hadden overleefd. Het derde deel van het drieluik. Vrouwen uit Ravensbrück die gedurende de gehele oorlog een centrale rol hadden gespeeld in de productie en verspreiding van illegale kranten en manifesten. Sommigen verzetsstrijders stateloos omdat zij mee hadden gevochten in de Spaanse burgeroorlog tegen Franco. En om die reden werden uitgesloten van ondersteuning en werk. En om die reden waren aangewezen op onderlinge solidariteit en onderlinge loyaliteit van gelijkgestemden. Mensen waarvan hun inzet, strijd en morele dapperheid ondergesneeuwd raakten door het toenemen van de koude oorlog. Toen opnieuw de solidariteit met de Sovjet Unie bij de CPN de boventoon voerde bij de machtsdeling in de wereld na het verslaan van het fascisme. Ze werden beoordeeld aan de hand van een partijlijn, en niet aan de hand van hun ruggengraat.

We weten nu wat die machtsdeling heeft betekent voor de bevolking van bijvoorbeeld Roemenië, Polen en Tsjecho-Slowakije. Of voor de bevolking van bijvoorbeeld Vietnam, Chili en Argentinië, en ook Indonesië. Gevolgen die doorklonken tot in de jaren ’80 en ’90. Die naweeën van de koude oorlog zijn nu nog, gruwelijk, zichtbaar in Korea. En ze zijn opnieuw voelbaar in het huidige conflict in Oekraïne.

Vlak na de oorlog werd het rode leger van de Sovjet Unie nog breed geroemd omdat de ruggengraat van Hitler was gebroken. De gevolgen van het Stalinisme, zoals in Oekraïne, verdrongen de sfeer van optimisme en de verwachtingen op een betere maatschappij. Ook door het verzet van de CPN tegen de oorlog van Nederland tegen de onafhankelijkheid van Indonesië raakten communisten in de naoorlogse jaren geïsoleerd. De morele opofferingsgezindheid in de Tweede Wereldoorlog van het communistisch verzet raakte ondergesneeuwd door de koude oorlog. Voor overleven in Nederland moest een beroep worden gedaan op onderlinge solidariteit en onderlinge loyaliteit. En de koude oorlog van uitsluiting ging ver. Zo wordt in het boek gewag gemaakt van een kartonarbeider die van werk werd uitgesloten tot eind jaren ’60 omdat zijn grootvader een vooraanstaande communist was geweest. Het tekent de opofferingsgezindheid die ook families hebben moeten opbrengen voor persoonlijke onbaatzuchtigheid.

meer dan dertig jaar oorlog en strijd

Wie 1933, de totstandkoming van de Hitler-regering, neemt als beginpunt van illegale strijd; en als eindpunt midden jarig zestig, toen de laatste oud-Spanje-strijders hun Nederlanderschap terug kregen, die realiseert zich dat dat voor individuen meer dan dertig jaar oorlog en strijd betekende. En we zijn niet allemaal Mandela’s. Het is niet vreemd dat met het afnemen van de koude oorlog, uitgestoken handen van andersdenkende soms met wantrouwen werden bekeken.

Als kind van de naoorlogse generatie, en lid geworden van de CPN in de nadagen van de koude oorlog, staan mij een aantal herinneringen scherp voor de geest. Het ontzag voor verzetsstrijders van de Tweede Wereldoorlog, die zich daar niet op voorstonden. Het bestaan van geheime ledenlijsten van mensen die, bij universiteit, overheid en vakbonden konden worden ontslagen vanwege hun lidmaatschap. En ook een organisatie die in staat was mensen te mobiliseren tegen fascistische tendensen en herbewapening. Maar ook een organisatie die de diepe sporen van vervolging en uitsluiting niet had overwonnen.

Het is in mijn ogen dan ook niet vreemd dat uiteindelijk de CPN als organisatie zich niet uit dit oorlogsverleden heeft weten te ontworstelen. Onderlinge solidariteit, onderlinge loyaliteit én een vertrouwde en betrouwbare organisatie hadden in tientallen jaren een te zwaar stempel gedrukt.

De TV-uitzending van afgelopen vrijdag over de naoorlogse jaren van de CPN geeft hierover een indringend beeld.

moreel besef in plaats van cynisme, vreemdelingenhaat en individualisme

Wie in de huidige tijd kijkt naar Syrië of Oekraïne, of naar de bittere gevolgen van de tweedeling van Korea, zal moeite hebben om een zeker cynisme te onderdrukken. Cynisme over de hartenkreet ‘dat nooit weer’. Wie in de huidige tijd kijkt naar de forse aanhang die predikers van vreemdelingenhaat weer weten te verwerven, zal moeite hebben om een zeker cynisme te onderdrukken. Cynisme over de hartenkreet ‘dat nooit weer’.

Maar dit boek, en de beschrijving van de opofferingsgezindheid van een groot aantal communistische verzetsstrijders, inspireert juist tot de hoop op ‘dat nooit weer’. Ze zijn een voorbeeld om juist niet te vervallen in cynisme. Wij zijn hen schatplichtig.

Toen ik onlangs, met mijn vrouw en jong volwassen zonen, naar de film over het leven van Mandela was geweest, waren mijn zonen diep onder de indruk. Maar waren ook bijna verontwaardigd dat zij zo weinig wisten van de apartheid in Zuid Afrika én de bevrijdende anti-apartheidsstrijd. Op scholen lijkt geschiedenis en moreel besef ondergesneeuwd onder individualiteit, taal en wiskunde.

Ik hoop dan ook van harte dat dit boek, en de geschiedenis van een honderdtal verzetsstrijders, op de één of andere manier ook jongeren bereikt. Als inspiratiebron tegen cynisme en vreemdelingenhaat. Als inspiratiebron voor een ieder van ons, voor een eigen moreel kompas.

v01.03 © Geert Sterringa Stichting