toespraak Max van den Berg

Commissaris van de Koning in de provincie Groningen, gehouden voorafgaand aan de uitreiking van het eerste exemplaar van de tweedelige publicatie Het communistische verzet in Groningen – 1940-1945 op woensdag 5 maart 2014 in de Der Aa-kerk in Groningen.

Dames en heren,

“Fascisme is oorlog. Overweldiging en uitmoording van democratische volken. Hitler-Duitsland slokt alle volkswelvaart op voor oorlogstoerusting. Het bedreigt de vrijheid van de omliggende volken; ook van ons land.”

Deze vooruitziende woorden sprak Groninger CPN-voorman Geert Sterringa in 1937[1]. Al direct vanaf de bezetting van ons land in 1940, speelde hij een actieve rol in het Groningse verzet. Onder andere als medewerker van Noorderlicht, de illegale regionale voorganger van De Waarheid. Op 19 januari 1944 stierf hij in kamp Buchenwald.

Het lijkt zomaar een verhaal over een verzetsheld uit de Tweede Wereldoorlog. Zoals er zoveel te vertellen zijn. Bij het recente overlijden van Leo Vroman klonk weer veelvuldig het prachtige slot van zijn gedicht ‘Vrede’:

‘Kom vanavond met verhalen___________________________________________________ Hoe de oorlog is verdwenen____________________________________________________ En herhaal ze honderd malen___________________________________________________ Alle malen zal ik wenen.’

En herhaal ze honderd malen…: de verhalen over de oorlog en het verzet kunnen niet vaak genoeg worden verteld. Het verhaal over de Groninger CPN-helden uit de Tweede Wereldoorlog neemt daarbij wel een heel bijzondere plaats in. Want dat verhaal ís helemaal geen honderd malen verteld. De bittere waarheid is dat dat verhaal eigenlijk nog nooit is verteld.

Daarom is het verhaal van Geert Sterringa niet zomaar een verhaal. Het is het verhaal van een held, die nooit het eerbetoon kreeg dat hij verdiende. Net als Wolter Wolters, die als eerste Groningse communist werd gearresteerd, in de nacht van 28 februari op 1 maart 1941, onlangs precies 73 jaar geleden. Hij kwam in december 1942 om het leven in kamp Neuengamme. Of Reint Grave uit Bellingwolde. Daniël Eisinga uit Musselkanaal. Popko Biel uit Sappemeer. Allemaal helden uit het communistische verzet. Allemaal omgekomen in een concentratiekamp.

Waarom is hun verhaal nooit eerder verteld? De communisten uit Groningen waren bij de eersten die na de bezetting in het verzet gingen. Maar ze hoorden bij de laatsten die na de oorlog een uitkering kregen van de Stichting ’40-’45. Nadat ze daar jarenlang voor moesten strijden. In de Koude Oorlog die uitbrak na de Tweede Wereldoorlog paste geen positieve erkenning van de rol van communistische verzetshelden.

Dat moet een wrange constatering zijn geweest voor de nabestaanden, van wie er velen ook vandaag hier in de zaal zitten. Er was immens verdriet om het verlies van geliefden die gefusilleerd werden of niet terugkeerden uit de kampen. De weinigen die de oorlog wél overleefden, waren voor hun leven getekend. Het gebrek aan erkenning moet het extra moeilijk hebben gemaakt om de draad van het leven na de oorlog weer op te pakken.

Daarom is het goed dat er vanaf vandaag een prachtig naslagwerk bestaat, waarin hun rol en betekenis volledig tot zijn recht komt. Ruud Weijdeveld vult met zijn boek een leemte in de geschiedschrijving. Tegelijkertijd is het een monument geworden voor deze verzetsstrijders en hun bijdrage aan de bevrijding van ons land.

Voor velen van hen komt dit boek te laat. Zij zijn overleden. Maar het mooie is dat hun stem en hun verhaal wel doorklinkt in dit boek. Heel letterlijk zelfs. Gelukkig kon Ruud Weijdeveld gebruik maken van interviews die hij al in de jaren ’80 van de vorige eeuw afnam met voormalige verzetsstrijders en hun nabestaanden. Samen met de schriftelijke informatie waarover hij beschikte en het archiefwerk dat hij samen met anderen heeft gedaan, is zo een veelzijdig beeld ontstaan van het communistische verzet in Groningen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Ik hoop dat het boek zijn weg vindt naar geïnteresseerde lezers. Ik hoop ook dat u als nabestaanden hier in de zaal het zult lezen en dat u trots zult zijn op hen die u voorgingen. Uit het boek komen portretten naar voren van dappere, onverschrokken mensen, die streden tegen bezetting en vóór hun idealen. Mede dankzij hen kunnen wij nu in vrijheid leven en ónze idealen nastreven. Laten we die verhalen blijven lezen en herhalen, honderd malen…

Ik vind het passend en eervol dat ik het eerste exemplaar van het boek vandaag mag overhandigen aan u, mevrouw Emmy Kobus-Wolters. U was zelf één van die dappere mensen. U verspreidde het Noorderlicht en later De Waarheid. U verloor uw vader, Wolter Wolters, in de oorlog. Omdat hij zich, net als veel andere familieleden en bekenden van u, verzette tegen onderdrukking en Jodenvervolging. Al deze mensen kunnen hier niet meer zijn. Maar ú bent er gelukkig wel. Door het boek nu aan u te overhandigen, wil ik ook hen gedenken en postuum danken.

Ik feliciteer Ruud Weijdeveld en allen die hem ondersteunden, met het afronden van dit boek, dat in etappes een groot deel van zijn leven heeft gevuld. Het moet heel bijzonder zijn geweest om de laatste jaren opnieuw aan de slag te gaan met gesprekken en interviews die al zo’n dertig jaar geleden plaatsvonden. U hebt daarmee een vergeten stuk geschiedenis opgetekend en recht gedaan.

Graag overhandig ik nu het eerste exemplaar van ‘Het communistische verzet in Groningen’ aan mevrouw Kobus-Wolters.


[1] Gevonden via Google, transcript van grammofoonplaat, Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid.

v01.05 © Geert Sterringa Stichting 2014