toespraak Bettie Jongejan

coördinator van het Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen (OVCG), gehouden voorafgaand aan de uitreiking van het eerste exemplaar van de tweedelige publicatie Het communistische verzet in Groningen – 1940-1945 op woensdag 5 maart 2014 in de Der Aa-kerk in Groningen. Om redenen van leesbaarheid zijn paragraaftitels aangebracht.

Beste aanwezigen.

We zijn hier bijeengekomen voor de boekpresentatie over de CPN in de jaren 1940-1945. U bent hier als kind of kleinkind van een communistische verzetsmedewerker, en in enkele gevallen omdat u zelf betrokken was bij de communistische verzetsorganisatie in oorlogstijd. De meesten kennen elkaar niet, maar er is één verhaal dat ons bindt: het verhaal van de CPN in de Tweede Wereldoorlog. En zelfs dát verhaal is vaak nog een groot raadsel voor u.

Dat was het voor mij een paar jaar terug, als beginnend coördinator van het OVCG, en dat was het jaren / decennia geleden ook voor de auteur, Ruud Weijdeveld. Maar daar komt nu verandering in, door het boek wat u straks in handen zult hebben.

Hoe was het bij u thuis?

Op het kantoor van Stichting Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen ontvang ik regelmatig de kinderen van mensen die de oorlog mee hebben gemaakt. Hoe vaak heb ik wel niet gehoord: thuis werd nooit over de oorlog gepraat. Stiltes die in gesprekken vielen. Nonverbale communicatie die maar al te goed duidelijk maakte dat doorvragen geen optie was. Ouders met nachtmerries. Die zelfs op hun sterfbed niets kwijt wilden. Kinderen zitten nu nog – bijna 70 jaar na de oorlog met regelmaat huilend aan mijn bureau.

Hadden we maar mee[r] gedaan. We weten niets…. En nu was het te laat….

interviews – de verhalen – de kracht van het boek

Gelukkig heeft Ruud Weijdeveld in de jaren tachtig al veel in werking gezet, door oral history-interviews op te tekenen uit de monden van oud CPN-verzetsmensen.

Oral history is een methode van wetenschappelijk onderzoek naar het verleden op basis van mondelinge overlevering. Daarbij gaat het om het systematisch verzamelen en vastleggen van individuele herinneringen door middel van zorgvuldig geregisseerde vraaggesprekken.

Oral history-methoden kunnen delen van het verleden naar boven halen die in de collectieve herinnering of gangbare geschiedschrijving zijn verdrongen, over het hoofd gezien, of bewust buiten de boeken gehouden. Deze interviews zijn in het boek voor de heer Weijdeveld de belangrijkste informatiebron.

Het zijn vooral deze oral history-verhalen, die de kracht van het boek vormen. Prachtig geïllustreerd met portretten van de betrokkenen, om wie het daadwerkelijk ging. Met het grote verhaal van de CPN in de oorlog, en daarin kleine verhalen van de Groninger kameraden, van wie de meesten het leven lieten. Eigenlijk staat de historie van deze slachtoffers centraal, de kleine verhalen in dat grote verhaal. Dit maakt de geschiedenis meer dan alleen droge feiten. Ze tonen de betekenis van het CPN-verzetswerk voor stad en provincie Groningen en zelfs ver daarbuiten. Ze tonen hun naam, hun gezicht, en hun verhaal. Die openen de deur naar de vele, soms nooit uitgesproken en gedeelde verhalen erachter, die een brug kunnen slaan tussen toen en nu, tussen de oudere en de jongere generaties.

En dat zijn zoveel verhalen, die, gedeeld, nieuwe gesprekken ontketenen…

In onze huidige wereld worden we door social media overspoeld met informatie. De betekenis van een schaars gedrukt stukje illegaal papier, lijkt onvoorstelbaar, maar de nieuwshonger was in de oorlog misschien groter dan nu. CPN-verzetsman Minto van der Sluis liet exemplaren van de CPN-verzetskrant Het Noorderlicht op de achterbank van zijn taxi liggen, zodat zijn passagiers het konden lezen. Zo verzorgde hij een groot lezersbereik. Tegenwoordig doen we dat door retweeten.

verhalen, om te blijven herinneren

Maar natuurlijk het verhaal achter arrestaties en de consequenties ervan…. intens verdrietig, onrechtvaardig en ingrijpend. Zoals het verhaal van de arrestatie van Nelis Balk. Zijn zoon herinnert zich dat Bellmer van het Scholtenhuis zijn vader kwam halen, tijdens het eten. Vader mocht zijn bord bruine bonen nog leegeten voordat hij werd meegenomen en nooit meer terugkwam. Moeder was in verwachting. Nelis Balk zou zijn kleine dochtertje nooit in levende lijve zien. Ze hebben wel foto’s gestuurd naar de gevangenis. De fotograaf heeft met knippen net zo lang gewacht tot de baby haar dichtgeknepen vuistje omhoog hield, zo van ‘hou moed, we zullen winnen.’ Ze hebben de foto’s later nog teruggekregen, aan de bovenkant zit er een ringetje in geponst, daardoor weet de familie dat vader Balk de foto ontvangen heeft.

Ook Jo de Vries werd in zijn kapperszaak gearresteerd. Grietje de Vries vertelt dat haar man wel met arrestatie rekening had gehouden, maar toch niet had willen onderduiken:

‘Hij zei: ‘Dat doe ik niet, dan halen ze jou!’ De kinderen waren nog zo jong. Hij zei: ‘Ik moet er niet aan denken dat die twee kinderen achterblijven!’ Maar Jo de Vries  was zich ervan bewust dat hij kon worden gearresteerd. Hetgeen ook gebeurde.

Terwijl Jo de Vries mensonterende en gruwelijke situaties doorstond in diverse kampen, waaronder Amersfoort, Buchenwald, Gross-Rozen, en Dachau moest zijn vrouw Grietje de kapperszaak runnen. Met de eerste scheerstreek nam ze bijna de hele wang van de melkboer mee. Maar ze redde het, met de middelen die ze had.

In enkele gevallen werden arrestanten ook vrijgelaten. Zoals Geertje van der Molen, in oktober 1942 uit vrouwenkamp Ravensbrück. Verschrikkelijk heeft ze dat gevonden. Ik citeer haar woorden uit het boek van de heer Weijdeveld:

“Het mag gek klinken, maar ik heb me doodongelukkig gevoeld. Als ik de keuze had gehad dan was ik in het kamp gebleven. Nu kan ik dat verklaren. Ik zat in een groep, ik had kameraden om me heen aan wie ik heel veel te danken had. Nu ging ik uit die groep. Ik had het gevoel dat ik iedereen in de steek liet. Ik voelde me een verrader. Daarom had ik maar een verlangen. Zo snel mogelijk weer te worden ingeschakeld in het verzet. Niet uit opofferingsgezindheid, maar uit zelfbehoud. Het verzet was voor mij een heel serieuze zaak geworden, een soort levensbehoefte. Mijn vrijheid was alleen gerechtvaardigd als ik me zoveel mogelijk daarvoor inzette.”

Die verhalen mógen we niet vergeten.

verhalen, die vragen oproepen

Maar het verhaal gaat niet alleen over de jaren ’40-’45. De gebeurtenissen zetten andere verhalen in werking. Verhalen die zich uitstrekken tot nú, zoals het verhaal van de verwerking: “Oma, hoe probeerden jullie verder te leven? Konden jullie dat? Van wie kreeg je hulp, en van wie had je hulp verwacht? Hoe kon je hoop en vrees combineren? Kwam er een moment waarop je dacht… nu komt hij nooit meer terug? Of had je het gevoel hem dan dood te verklaren?”

Zo is er het verhaal van de gezinnen die plotseling uiteenvielen. Vrouwen werden weduwe. Moeders stonden er alleen voor. Kinderen waren hun vader kwijt. Mam, hoe was dat? Hoe praatten jullie? Huilden jullie? Of niet? Hoe kwam je aan geld voor het dagelijkse leven? Wie deed de taken die bleven liggen? Hoe was dat om zonder vader op te groeien, met dat vreselijke verhaal, waarover al dan niet gepraat kon worden? Hoe was het op school? En met al je latere ervaringen die je zo graag met je vader had willen delen?…”

verhalen, over royement, gebrek aan erkenning en uitsluiting van uitkeringen

Belangrijk is ook het verhaal van het gebrek aan erkenning. Het anticommunisme stak snel na de bevrijding weer op. In de vereniging Expogé (ex-politieke gevangenen) werden de Groninger CPN-leden als Minto van der Sluis, Frits Luursema, Jo de Vries, Roelf Schuster en Siep Adema in 1949 geroyeerd. Protesten vanuit het Groninger bestuur gingen hieraan vooraf, maar de Groninger Afdeling moest zich toch bij de landelijke lijn neerleggen.

Uitkeringen van Stichting ’40-’45 voor de getroffen families bleef ook lange tijd uit. Zo blijkt uit verschillende archiefstukken die bij onze stichting bewaard liggen in depots. Want hadden de communisten wel illegaal gewerkt? De meerderheid van het bestuur van de Groninger afdeling van [Stichting ’40-’45] wilde het verspreiden van het Noorderlicht niet betitelen als verzetswerk. Zij hanteerden deze definitie: verzetslectuur is illegale lectuur, verspreid tijdens de bezetting met het doel om verzet te plegen  om de bezetter afbreuk te doen en wel uit Nederlands nationale motieven. In dit licht bezien is het Noorderlicht geen verzetslectuur. Bovendien is het nationaal onwaardig, omdat het zich vaak richtte tegen de geallieerden.

Om hun eigen standpunt te onderbouwen deinsde het provinciaal bestuur van Stichting ’40-’45 er niet voor terug om zich te baseren op verhoren van enkele medewerkers van de Sichterheitsdienst, waaronder de beruchte Robert Lehnhoff. Die beweerde dat communisten hun verzet alleen hebben gepleegd met politieke bijbedoelingen. Internationale politiek stond voorop. Binnen nationaal georiënteerde verzetsgroepen als Trouw en Vrij Nederland kwam hij nauwelijks communisten tegen.

En aan zijn woorden werd ook waarde gehecht! Wat een ironie.

Uiteindelijk, meer dan vijf jaar na de oorlog, kregen de Noorderlicht-medewerkers en hun nabestaanden toch een uitkering.

verhalen, naar gesprekken die helen

Zo is er nog een ander verhaal: van sparen en ontzien. De ouderen die de jongeren niet met akelige verhalen wilden belasten, de jongeren die de akelige herinneringen van de ouderen niet wilden oprakelen om hen geen pijn te doen. Een samenzwering van zwijgen, waardoor het verzwegen verhaal juist o zo aanwezig werd. Maar ongrijpbaar.

Een verhaal wat juist gedeeld mag worden om nieuwe gesprekken te ontketenen. Gesprekken die helen: “Opa hoe is het om dezelfde naam te hebben? Mam, ik wil zo graag weten waarom je zo vaak verdrietig voor je uit staart. Ik wil je zo graag troosten. En troost alsjeblieft ook mij door je verhaal met me te delen….”

Zo is er een nieuw verhaal ontstaan. Wisten onze ouders en grootouders en de wereld om ons heen maar wat wij nu weten. Waarom heeft het zo lang moeten duren?

verhalen, naar vragen over menselijke keuzes nú

En zo komen we op het verhaal van menselijke keuzes. Welke wegen kies je als mens? Hoe wil je leven? Wat wil je wel doen, en wat niet? Hoe ga je met anderen om? Welke ruimte geef je of neem je? Waar kom jij tegen in opstand, en op welke manier? Welke waarden streef jij na, en op welke manier? Hoe zoek jij naar waarheid, naar rechtvaardigheid? En zelfs, hoe kan de ene mens een beest worden, en de andere de goedheid zelve? Vragen, waarbij het er meer om gaat om samen voortdurend stil te staan bij de vraag zélf, dan om het vinden van afsluitende antwoorden.

Laten we zometeen hun verhalen lezen, laten we de deuren achter die verhalen openen en open houden. Wat zich tijdens de jaren 1940-1945 heeft afgespeeld is een ernstige misdaad tegen de menselijkheid, die grote gevolgen heeft gehad voor de getroffen gezinnen, tot op de dag van vandaag. Door dat in verhalen en gesprekken te delen, door samen te leren van al die vragen die we daaruit laten voortvloeien, door de antwoorden daarop uit te dragen, geven we tóch een stem aan de slachtoffers die vielen. Zo zijn wij het, die hen postuum iets laten betekenen, en geven we zin aan wat zo volstrekt zinloos leek, en tillen we de oorlog naar nu, naar ons dagelijkse leven.

Want het is nooit te laat…..

v01.03 © Geert Sterringa Stichting