lezing 6 december 2013

bij de onthulling van de herinneringsplaquette op het Groningse stadhuis

Uit de persuitnodiging van de Gemeente Groningen van 4 december 2013 nr. 1621/NB

140161.HD140221.GSS001.P_R.WEB.JTZbew_0461

herinneringsplaquette op het Groningse stadhuis aan de zuidzijde

Op vrijdag 6 december 2013 om 13.30 uur onthult loco-burgemeester Roeland van der Schaaf buiten aan de zuidzijde van het stadhuis de plaquette ter nagedachtenis aan de gemeenteraadsleden die in de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter zijn omgebracht.

De loco-burgemeester onthult de plaquette en legt vervolgens een krans samen met mevrouw M. Piersma-Wolters, dochter van één van de zes omgebrachte raadsleden.

Aansluitend aan de onthulling en kranslegging aan de zuidzijde van het stadhuis, Grote Markt 1, is er het volgende programma in de nieuwe raadzaal:

  • Optreden zangvereniging De Volksstem
  • Toespraak de heer Roeland van der Schaaf, loco-burgemeester
  • Toespraak de heer Jan Rootlieb, één van de initiatiefnemers van het gedenkteken
  • Toespraak de heer Ruud Weijdeveld, historicus

De toespraak van Ruud Weijdeveld,  voorzitter van de Geert Sterringa Stichting, volgt hierna. Om redenen van leesbaarheid zijn paragraaftitels aangebracht.

Beste aanwezigen,

mij is gevraagd iets te vertellen over de leden van de gemeenteraad, die als gevolg van de Duitse bezetting om het leven zijn gekomen. Aan dat verzoek wil ik graag voldoen. Tevens wil ik iets vertellen over het functioneren van de gemeenteraad zelf tijdens de bezetting. Want dat de gemeenteraden, net als andere vertegenwoordigende organen in Nederland, zoals de Tweede Kamer en de Provinciale Staten, geen lang leven beschoren zouden zijn – daarover kon weinig onduidelijkheid bestaan. In Duitsland zelf had men immers kunnen zien hoe het daar met de democratisch gekozen organen was gegaan. Deze waren direct na de machtsovername door de nazi’s in 1933 buiten werking gesteld. De politieke partijen werden de een na de ander verboden en de leden van de oppositie verdwenen bij tienduizenden in concentratiekampen.

vijftiental concentratiekampen in Duitsland langs de Groningse en Drentse grens

In Groningen kwam men al snel in aanraking met de gevolgen van het fascisme in Duitsland. Vlak over de grens, in het Duitse Eemsland, ontstonden reeds in de loop van 1933 verschillende concentratiekampen. Duizenden tegenstanders van het Hitler-regime werden daar opgesloten en blootgesteld aan de dagelijkse mishandelingen door de sadistische kampbewakers.

Van tijd tot tijd ontsnapten ook gevangenen uit deze kampen en slaagden zij erin de grens over te vluchten naar het ogenschijnlijk ‘veilige’ Nederland. Ogenschijnlijk veilig, want in werkelijkheid liepen zij het risico om hier door de Nederlandse douane of politie te worden opgepakt en vervolgens weer te worden uitgeleverd aan Duitsland.

Dit laatste ondanks het vreselijke lot dat ontsnapte gevangenen daar wachtte. Maar voor de Nederlandse regering was Duitsland immers het land waarmee vooral het onderhouden van vriendschappelijke betrekkingen op de allereerste plaats stond. Hitler was een ‘bevriend staatshoofd’ en op zijn belediging stond gevangenisstraf.

verbod spreekbeurt Otto Heller over de Jodenvervolging in Duitsland

In dat kader was het ook, dat in 1933 in Groningen een spreekbeurt van de Duitse schrijver Otto Heller, over de Jodenvervolging in Duitsland, door de Groningse politie werd verboden. Door de organisatie achter de spreekbeurt, de Internationale Arbeidershulp, werd een beroep gedaan op de gemeenteraad om dit verbod ongedaan te maken. Deze ging echter niet in op het verzoek met als argument, dat dit een zaak van de vreemdelingenpolitie betrof. Het is goed hier nog eens bij stil te staan in de wetenschap, van wat er later tijdens de nazi-heerschappij in Duitsland en daarbuiten, nog allemaal is gebeurd.

Na de bezetting in mei 1940 werd de gemeenteraad niet direct buiten werking gesteld. De Duitsers waren voorzichtig en wilden de verhouding met de Nederlandse bevolking niet onmiddellijk op de spits drijven. Ze volgden daarbij eenzelfde politiek, die ook in eigen land was gehanteerd. De politieke partijen werden niet allemaal tegelijk, maar  de een na de ander aangepakt, waarbij zij zich net als in Duitsland het eerst op de communistische partij richtten.

eerst worden communistische en later joodse gekozenen van deelname uitgesloten

In dat kader werd op 29 juli 1940, nadat een week daarvoor hun partij door de Duitsers was verboden, aan de communistische raadsleden de toegang tot de gemeenteraden ontzegd, alsmede de toegang tot de Provinciale Staten. Weliswaar bleven ze officieel lid, maar het werd hen verboden nog langer aan de vergaderingen deel te nemen. In de stad Groningen betrof dit een tweetal raadsleden, te weten Ernst Mulder en Durk Wolters, maar in de provincie en zeker in Oost-Groningen, ging het om verhoudingsgewijs veel grotere aantallen communistische raadsleden.

Na dit verbod voor de communisten volgde begin december 1940 een tweede verbod, ditmaal voor de joodse raadsleden. Dat betrof in de stad Groningen de heer Velleman, een liberaal die voor de Vrijzinnig Democratische Bond in de gemeenteraad zat.

vervolgens worden de gekozen organen geheel buiten werking gesteld

Tegen de uitsluitingen van de communistische en joodse raadsleden werd, voor zover bekend, niet geprotesteerd. Op 11 augustus 1941 werden de gemeenteraden en de Provinciale Staten tenslotte per verordening met ingang van 1 september in hun geheel buiten werking gesteld.

Dan nu iets meer over de verschillende raadsleden zelf, die als gevolg van de Duitse bezetting om het leven zijn gekomen.

Simon Heiman Aptroot – oud-raadslid voor de Vrijheidsbond

Om te beginnen over Simon Heiman Aptroot. Aptroot werd geboren in Leek op 2 mei 1874. Voor hij zich met zijn gezin in Groningen vestigde, had hij een zaak in Leek en was hij daar van 1909 tot 1917 lid van de gemeenteraad. Hij was verder actief lid van de Joodse gemeente en vervulde ook diverse maatschappelijke functies. Zo was hij de voorzitter van het ziekenfonds voor werklieden in Leek.

In 1917 verhuisde Aptroot naar Groningen. Hier werd hij maatschappelijk opnieuw zeer actief. In 1931 werd hij gekozen in de kerkenraad van de Nederlands Israelitische gemeente. Daarnaast werd hij voorzitter van het Armbestuur van de Joodse gemeente. Van 1935 tot 1939 zat hij voor de Vrijheidsbond in de gemeenteraad van Groningen.

Tijdens de bezetting werden hij en zijn gezin het slachtoffer van de Jodenvervolging. Op 12 februari 1943  kwam hij samen met zijn vrouw Bruintje om in de gaskamers van Auschwitz. Ook de beide tweelingdochters uit zijn eerste huwelijk kwamen om in de gaskamers: Martha op 12 oktober 1942 in Auschwitz en Ester op 16 juli 1943 in Sobibor.

Na de oorlog werd er nooit aandacht besteed aan de dood van Aptroot. Zijn zoon Henry, die al voor de oorlog was geëmigreerd, schreef daarover in 1973 vanuit de Verenigde Staten in een brief aan familie in Nederland:

Helaas, na zijn gewelddadige dood is er van geen enkele maatschappelijke zijde een woord over hem gesproken tot op deze dag.

Vandaag komt daar – door de onthulling van de plaquette met zijn naam erop – eindelijk verandering in en is zijn lot voor de huidige en toekomstige generaties vastgelegd.

Ko Domela Nieuwenhuis Nyegaard – raadslid voor de Christelijk Historische Unie

Het tweede omgekomen raadslid dat ik wil noemen is Ko Domela Nieuwenhuis Nyegaard. Domela werd op 4 februari 1900 in Odijk geboren als zoon van een predikant. Hij verhuisde in 1919 naar het Friese Beetsterzwaag, waarna hij rechten ging studeren in Groningen. Tijdens zijn studietijd was hij ondermeer rector van het Groninger studentencorps.

In 1934 kwam Domela als vertegenwoordiger van de Christelijk Historische Unie in de gemeenteraad. Na een onderbreking in de periode 1935-1937 kwam hij opnieuw in de raad en bleef daarvan lid tot deze in 1941 buiten werking werd gesteld. Daarnaast bekleedde hij tal van maatschappelijke functies en was hij onder meer bestuurslid van de Vereniging voor Zwakzinnigenzorg.

Domela was fel tegenstander van het fascisme. En hij stak dat niet onder stoelen of banken. Zelfs niet tijdens de Duitse bezetting. Op 29 juni 1940 – de dag van de verjaardag van prins Bernhard alsook de dag waarop Rijkscommissaris Seys-Inquart zijn intrede in Groningen deed – op die dag stak Domela een Nederlandse vlag uit met een groot rouwfloers erbij. Zijn huis stond nota bene midden in het centrum, op de hoek van de Herestraat met de Kleine Pelsterstraat. Dit keer kwam hij er nog goed mee weg, alhoewel zijn vlag in beslag werd genomen.

Later raakte hij steeds meer betrokken bij het illegale verzet. Hij nam ondergedoken joden in huis en zijn woning gold als contact-adres voor de Ordedienst. Ook ging hij herhaaldelijk naar het Scholtenshuis om daar te pleiten voor gevangen genomen verzetsmensen. In mei 1944 werd hij opgepakt wegens verboden radio-bezit, maar opnieuw ontsprong hij de dans en  werd hij weer vrijgelaten.

Op 25 september van datzelfde jaar, 1944 – op het moment dat de geallieerden het zuidelijke deel van Nederland al hadden bevrijd – kwam hij bij zijn aanhouding om het leven. Domela wist eerst nog bijna te ontsnappen, maar werd vervolgens in de hal van zijn huis neergeschoten. Hij liet een vrouw met zeven kinderen na, die op straat werden gezet en pas in december 1944 weer naar hun woning mochten terugkeren.

De andere vier voormalige raadsleden, die tijdens de bezetting om het leven kwamen, wil ik deels graag als groep behandelen. Zij behoorden allen tot de communistische partij. Dat was natuurlijk geen toeval. Deze partij ging direct na de Duitse bezetting in de illegaliteit, waarop haar leden de strijd voortzetten, die zij al ruim voor de bezetting waren begonnen.

Luitje Huiznga – oud-raadslid voor de Communistische Partij van Nederland

De eerste van het viertal is Luitje Huizinga, die van 1923 tot 1927 lid van de gemeenteraad was. Huizinga, geboren in Groningen op 14 februari 1897, was letterzetter van beroep en zeer anti-militaristisch ingesteld. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was hij als dienstplichtige onder de wapenen, maar in mei 1918 weigerde hij om nog langer zijn militaire kleding aan te trekken. Daarvoor kreeg hij zes maanden gevangenisstraf. In de jaren dertig was hij onder meer actief lid van het werklozen-comité om de belangen van de talrijke werklozen in de arbeiderswijken van de stad te behartigen.

Hij raakte al vroeg betrokken bij de strijd tegen het fascisme in Duitsland. Op 1 mei 1935 maakte hij deel uit van een groep, die naar Duitsland ging, om in het Eemsland zelf te protesteren tegen de daar aanwezige concentratiekampen. Een daad niet zonder risico en waarvoor veel moed nodig was.

Voor de groep vertrok werd eerst de Grote Markt aangedaan, waar Huizinga het samengestroomde publiek wilde toespreken. Dat werd hem echter door de Groninger politie onmogelijk gemaakt. We zagen al eerder hoe de overheid in Nederland handelde als het om Hitler-Duitsland ging. De latere collaboratie van een deel van de overheidsorganen met de Duitse bezetters, wierp zijn schaduw als het ware ver vooruit.

In 1940 was Huizinga betrokken bij de uitgave van de eerste illegale communistische krant in Groningen: het Noorderlicht. Wegens protesten tegen de opkomende Jodenvervolging werd hij begin 1941 door de Duitsers gearresteerd. Ik kom daar zo nog verder op terug.

Op 17 juli 1941 werd Huizinga overgebracht naar het Oranjehotel in Scheveningen en in 1942 via kamp Amersfoort op transport gezet naar Duitsland. Daar kwam hij op 26 mei 1942 in het in Silezië gelegen concentratiekamp Gross-Rosen, net als veel van zijn andere Groningse kameraden, om het leven.

Durk Wolters – raadslid voor de Communistische Partij van Nederland

Het tweede voormalige raadslid, dat in het begin van 1941 in het kader van dezelfde arrestatiegolf door de Duitsers werd opgepakt was Durk Wolters. Wolters, geboren op 6 april 1911 in Groningen, was in 1939 in de gemeenteraad gekozen en daarvan ten tijde van de bezetting nog altijd lid. Zoals gezegd werd hem in juli 1940 de verdere toegang tot de raad verboden.

Wolters was chauffeur van beroep en onder meer actief in de vakbond voor transportarbeiders. Op 23 mei 1941 werd ook hij gearresteerd. Hij wist eerst nog te ontsnappen, maar viel later dat jaar opnieuw in handen van de Duitsers.

Op 24 oktober 1941 werd hij overgebracht naar kamp Amersfoort, van waaruit hij tewerk werd gesteld in Haaren, waar vooraanstaande politici als gijzelaars werden vastgehouden. Daar wist hij voor de tweede maal te ontsnappen.

Wolters ging naar Amsterdam waar hij zich aansloot bij de Raad van Verzet. Hij werd leider van een van de sabotagegroepen, waarover een commandant van de Raad van Verzet later verklaarde, dat deze zich op wist te werken tot een van de beste groepen van Amsterdam.

Op 25 april, minder dan twee weken voor de bevrijding, werd hij bij een inval in zijn woning aan de Bloemgracht doodgeschoten, samen met nog twee andere verzetsstrijders. Zijn lichaam werd na de bevrijding opgegraven in de duinen van Zandvoort en in aanwezigheid van koningin Wilhelmina bijgezet op de ere-begraafplaats van Bloemendaal.

Geert Sterringa – oud-raadslid voor de Communistische Partij van Nederland

Dan de onderwijzer Geert Sterringa, geboren in het Friese Firdgum op 30 december 1876. Sterringa was een van de leidende personen van de vooroorlogse CPN en was onder meer lid van de Groningse gemeenteraad en van de Provinciale Staten. In de gemeenteraad zat hij van 1935 tot 1939.

Ook hij werd in het voorjaar van 1941 gearresteerd. Hij was de schrijver van een pamflet, dat in Groningen werd verspreid naar aanleiding van de Amsterdamse Februaristaking, nadat in het Noorderlicht al eerder artikelen tegen de Jodenvervolging waren verschenen. Dit pamflet was de aanleiding tot de massale arrestaties in communistische kring in het voorjaar van 1941, waarbij in totaal rond de honderd personen werden opgepakt.

Ook Sterringa ging via Scheveningen naar Amersfoort, van waaruit hij op transport werd gezet naar het Duitse kamp Buchenwald. Ondanks zijn hoge leeftijd – hij was al over de zestig toen hij werd gearresteerd – overleefde hij daar een aantal jaren. Maar op 19 januari 1944 overleed hij in Buchenwald. Tot het laatst toe had hij zijn verantwoordelijkheidsgevoel getoond en bij zijn overlijden was hij blokoudste.

Een van zijn mede-gevangenen, waarschijnlijk van protestantse komaf, droeg na Sterringa’s dood een gedicht aan hem op, waaruit ik graag enkele regels citeer:

Je was een kerel Geert_______________________________________________________ Die wij niet gauw vergeten______________________________________________________ ‘k Geloof, ’t geloof gaf jou iets meer______________________________________________ Dan Häeftling te ten___________________________________________________________ In al je eenvoud viel je op_______________________________________________________ Bij ons je ruwe klanten_________________________________________________________ Je was een voorbeeld Oome Geert_______________________________________________ Voor vele protestanten.

Johan Swint – oud-raadslid voor de Communistische Partij van Nederland

Tenslotte de bouwvakker Johan Swint, geboren op 9 januari 1895 in Groningen. Swint was in 1939 korte tijd lid van de gemeenteraad. Hij was eveneens al vroeg bij de acties tegen het Duitse fascisme betrokken. Samen met een andere bouwvakker construeerde hij een ingenieuze stand, van waaruit anti-fascistische lectuur in de stad te koop werd aanboden. Ook was hij actief op andere gebieden. Zo was hij bestuurslid van een van de speeltuinverengingen in de Oosterparkwijk.

Hij bleef bij de arrestaties in 1941 op vrije voeten en zette als een van de overgeblevenen het werk van de illegale CPN voort. In de oudejaarsnacht van 1943 werd hij als repressaille voor de moord op een landverrader uit zijn huis aan de Klaprooslaan opgehaald. Direct daarna werd hij op het Linnaeusplein in de rug geschoten, waarbij hij vrijwel onmiddellijk overleed.

Na de oorlog werd een gedenkteken geplaatst door de speeltuinvereniging, dat werd onthuld door burgemeester Cort van der Linden. Op de dag van de bevrijding was reeds een speciale krant uitgebracht door de speeltuinvereniging, gewijd aan Swint. Uit het openingsartikel in deze krant het volgende citaat:

Helaas, het moest zo zijn, maar hier was het niet mee uit. Zijn leven was te hoog en diepgaand geweest om spoorloos uitgewist te worden. Zijn geest leeft voort en stuwt anderen op om verder op te bouwen, wat hij moest onderbreken.

waarschuwing voor nieuwe tendenzen van opkomend fascisme

Beste aanwezigen, hier wil ik het bij laten. Het heeft lang geduurd voor de gemeente heeft besloten de nagedachtenis van de omgekomen raadsleden te eren met de zojuist onthulde plaquette. Maar het is zeker niet te laat. Het is daarvoor nóóit te laat. Opdat hun namen en hun dood niet worden vergeten. Maar ook een waarschuwing moge zijn. Een waarschuwing voor nieuwe tendenzen van opkomend fascisme in al haar verschijningsvormen. Een waarschuwing voor nieuwe vormen van haat tegen Nederlanders van andere komaf, voor nieuwe vormen van anti-semitisme en andere vormen van discriminatie om religieuze, sociale of politieke reden of vanwege sexuele geaardheid – zoals die helaas in Nederland, maar ook daarbuiten, steeds weer opnieuw de kop opsteken. Het verloren gaan van de vrijheid én de strijd om haar weer terug te winnen, heeft ontelbare mensenlevens gekost. Dat geeft de onthulling van deze plaquette een extra betekenis voor het heden én voor de toekomst.

Ik dank u voor uw aandacht.

v01.01 © Geert Sterringa Stichting 2014